Pieter Neele's Blog

The coolheaded practical girl with the roast meat stall and the machete-sized knife at the corner of the square in front of the train station in the Vietnamese border town of Lao Cai

pieterneele | 10 November, 2012 13:08

Just when I walked out of my hotel a brawl erupted fifty meters on near a meat stall. Blows and shouts and a plastic chair flying and then a guy getting away, limping but powered by adrenaline fast enough to stay ahead of the guys chasing him. For a bit, then they caught him after all, and the whole bunch turned around. At which point the girl calmly said ‘oh’ and hid the knife in the small built-in cupboard of her two-wheeled food stall and locked it.

Het praktische onverstoorbare meisje met het shoarmakarretje en het machete-achtige mes op de hoek van het plein voor het station van de Vietnamese grensplaats Lao Cai.

pieterneele | 10 November, 2012 13:05

Net toen ik mijn hotel uit liep ontspoorde er vijftig meter verder bij een vleesstalletje een ruzie. Klappen, geschreeuw, een plastic stoel die door de lucht vloog en een knul die zich uit de voeten maakte, mank maar met genoeg adrenaline in zijn lijf om de jongens die hem achterna gingen voor te blijven. Voor even, toen werd hij toch ingehaald en kwamen ze met zijn allen terug. Waarop het meisje rustig ‘oh’ zei en het mes opborg in het kleine ingebouwde kastje van haar vleeskarretje en het op slot deed.

Credit to the people of the consulate of Vietnam in Luang Phabang

pieterneele | 31 October, 2012 15:00

While at the subject of people issuing visa’s: credit to those at the consulate of Vietnam in Luang Phabang who hand out a self-produced map detailing road connections between Laos and Vietnam, distances and border crossings open to foreigners.

Helpful, as as always I was of course traveling without a children’s book of Lonely Planet.

alt

Dank aan het Vietnamese consulaat in Luang Phabang

pieterneele | 31 October, 2012 14:53

Nu het over mensen gaat die visa verstrekken: dank aan het personeel van het Vietnamese consulaat in Luang Phabang dat kopietjes uitdeelt van een zelfgemaakte kaart met de wegen die Laos en Vietnam verbinden, afstanden en grensovergangen die open zijn voor buitenlanders.

Handig, want ik reisde natuurlijk als altijd zonder kinderboek van Lonely Planet.

alt

 

Passport stamp

pieterneele | 30 October, 2012 09:22

Gone are the days of full-page visa stamps in passports – in East Asia anyway. Visa now come in the shape of stickers. Nice a visa extension in Laos still comes as a stamp. Nostalgia…

It was worth the extra visit to the Immigration Offices. ‘My boss has a meeting outside’, said the lady at the counter of the official in charge when I came to pick up my passport at the appointed time. ‘Can you come back later?’

alt

Paspoortstempel

pieterneele | 30 October, 2012 09:14

Paginagrote visumstempels krijg je tegenwoordig niet meer – niet in Oost-Azië in ieder geval. Er worden nu stickers in je paspoort geplakt. Toch leuk dat in Laos de visumverlengingen nog als stempel worden uitgegeven. Nostalgie…

Het was het extra bezoek aan de Immigratiedienst waard. ‘Mijn baas heeft een vergadering buiten de deur’, zei de mevrouw achter het loket over de beambte die over mijn verlenging ging, toen ik mijn paspoort op het vastgestelde tijdstip af kwam halen. ‘Kun je later terug komen?’

alt

Dengue in town

pieterneele | 11 October, 2012 12:51

Living a simple life here. No air conditioning – just acceptable. No hot water – just acceptable too. There is a laundry machine. The TV is broken, there is no internet – good, it makes me read more. Murakami, Coetzee, Dutch author Verstraten’s book about Korea. To read and write email I go to a coffee shop offering wifi – usually every other day, for a couple of hours. Seems a carefree existence.

But there is dengue in Luang Phabang, someone has died already, he had just turned 18. Laos is often a hearsay country. ‘There are many more victims already, especially in the village across the river.’ ‘The hospital is often full and can’t admit people.’ Clear and solid information is hard to come by.

A car with a sound system drove through town to warn the people. My friends keep their young daughter indoors as much as possible. Outside she is covered in mosquito repellent.

In town people don’t seem bothered by the threat. They wear shorts, T-shirts and sarongs – no clothes that will protect against mosquitoes.

Born as a worrier I wear long pants and socks – all day, every day. They have come to spray the garden (10.000 Laotian kip = 1 euro per household, unless you can proof you are poor), but that makes me wonder which poison it contains and what harm that may do me.

Always something.

Dengue in de stad

pieterneele | 11 October, 2012 12:47

Ik leef hier eenvoudig. Geen airconditioning – net uit te houden. Geen warm water – ook net uit te houden. Er is wel een wasmachine. De tv is stuk en er is geen internet in huis – dat is goed, zodoende lees ik meer. Murakami, Coetzee, Verstraten’s boek over Korea. Voor email en internet ga ik naar een koffiezaak met wifi – meestal om de andere dag, een paar uur. Tlijkt een zorgeloos bestaan.

Maar ‘r heerst dengue in Luang Phabang, ’r overleed al iemand, hij werd 18. Laos is vaak een van-horen-zeggen land. ‘’r Vielen al veel meer slachtoffers, vooral in het dorp aan de overkant van de rivier.’ ‘In het ziekenhuis is soms geen plaats’. Aan heldere informatie kom je moeilijk.

Er reed een reclameauto met geluidsinstallatie door de stad om de bevolking te waarschuwen. Mijn vrienden houden hun jonge dochtertje zoveel mogelijk binnen. Buiten is ze ingesmeerd met muggen werend spul.

Op straat trekken mensen zich van de dreiging op het oog weinig aan. Ze dragen gewoon korte broeken, T-shirts en sarongs – geen kleding waarmee je je de muggen van het lijf houdt. Ik zelf ga als geboren zorgenmaker hele dagen gehuld in lange broek en heb sokken aan. Pas zijn tuin en terrein besproeid (à 10.000 Laotiaanse kip = 1 euro per huishouden tenzij je je armoede aan kun tonen), maar dan vraag ik me weer af wat voor gif er in de spray zit en wat voor kwaad me dat kan doen.

Zo is ‘r altijd wat.

Laos, a slow country speeding up - hesitantly

pieterneele | 10 October, 2012 13:22

Since French colonial times Laos has been known for its calm. Comparing the people to their Indochinese neighbours it was said that the Vietnamese planted rice, the Cambodians ate it and the Laotians watched it grow. Its unassuming people gave slow-paced Laos a soothing charm.

That charm is not all gone. But things have changed – Laos-style.

 

Vientiane, the capital, has a new raised boulevard along the Mekong, where before people sat in cafés on stilts and made of wood and with palm leaf roofs. The promenade got them moving. Save for a few boys that have taken up skating it’s no more than ambling though, one shouldn’t overdo it. Twice I see someone jog and for a moment I am perplexed. But they are expats.

Walking in the city nowadays you have to actually watch out and wait for cars before crossing a street. The amount of vehicles has even warranted introducing traffic lights and one-way streets. The newspaper runs a story of parked cars blocking streets and sidewalks.

Having experienced Laos’s laid-back old times, it isn’t nice to see the new times. ‘In the good old days… et cetera’. Well,  that is of course a nostalgic foreigner’s view, Laotians will be happy they are gradually catching up with modern times.

So much so that this time I even flew from Vientiane to Luang Phabang in a jet instead of a prop plane. An earlier attempt a few years ago to introduce a jet was a miserable failure, or of course if you favour that old-day Laos a failure to be cheered. That leased aircraft soon was grounded, word had it either because repairs couldn’t be paid for or because of a lack of passengers.

But this time around with Lao Airlines operating an Airbus and new start-up Lao Central Airlines a Boeing it seems jet travel is here to stay.

Step by step Laos is being swept up by the modern, developed, faster world.

Laos, een langzaam land dat vaart maakt - aarzelend

pieterneele | 10 October, 2012 13:13

Sinds de Franse koloniale tijd was Laos bekend om zijn rust. In vergelijking met hun Indochinese buren werd er van de mensen gezegd dat de Vietnamezen rijst plantten, de Cambodjanen rijst aten en de Laotianen toekeken hoe rijst groeide. De bescheiden en stille bevolking gaf het langzame Laos zijn kalme charme.

Die charme is niet helemaal verdwenen. Maar de dingen zijn wel veranderd – op zijn Laotiaans.

 

In Vientiane, de hoofdstad, ligt een nieuwe verhoogde boulevard langs de Mekong waar voorheen de mensen wat aten en dronken in zaakjes op palen, gemaakt van hout en met een afdak van palmbladeren. De promenade bracht ze in beweging. Al is het niet meer dan slenteren wat ze doen, ze overdrijven het niet. Een paar skatende jongens zijn een uitzondering. Twee keer komt een jogger me tegemoet, ik schrik ervan, maar het blijken expats.

Als je door de stad loopt moet je tegenwoordig uitkijken en wachten voor auto’s voor je oversteekt. De hoeveelheid verkeer rechtvaardigde zelfs de introductie van stoplichten en straten met eenrichtingverkeer. De krant meldt parkeeroverlast en auto’s die stoepen en straten blokkeren.

Als je Laos in wat vroegere dagen hebt gezien vallen de nieuwere dagen niet mee. ‘Vroeger was alles beter… enzovoorts.’ Maar dat is natuurlijk een nostalgische buitenlandersblik, de Laotianen zijn blij dat ze geleidelijk aanhaken bij de moderne tijd.

Zo zeer zelfs dat ik deze keer van Vientiane naar Luang Phabang vloog in een straalvliegtuig in plaats van een propellertoestel. Een eerdere poging om een straalvliegtuig in gebruik te nemen was een paar jaar geleden een jammerlijke mislukking, of natuurlijk afhankelijk van je invalshoek een toe te juichen mislukking. Dat lease toestel bleef al spoedig aan de grond, naar het verhaal ging omdat er geen geld was voor reparaties, of volgens een ander verhaal vanwege een gebrek aan passagiers.

Maar deze keer vliegt Lao Airlines met een Airbus en het nieuwe Laos Central Airlines met een Boeing en lijkt de intrede van de straalluchtvaart definitief.

Stap voor stap wordt Laos opgenomen in de vaart der volkeren.

Mekong villages

pieterneele | 09 October, 2012 12:26

South of Luang Phabang scattered on the river's banks villages hide amid trees and bushes.

 

Ban Nong Bua Kham is a new settlement, in fact three villages put together. The government made the villagers move down to the river to stop encroachment on the forest. It paid for the removal, it installed electricity, a dirt road connects the village with the outside world. But the people can’t support themselves here. Fishing can’t sustain them, the teak wood grown around the village doesn’t belong to them. And so they keep commuting to their old fields.

Some have disassembled and reassembled their old wooden houses, some could afford new cement blocks and corrugated iron.

alt

Nong Bua  Kham doesn’t look authentic. Yet its people don’t seem part of this more modern world either. The old still weave bamboo baskets. Rice is still being threshed with a foot-powered pestle and mortar. To the children that foreigner is a strange sight. Some laugh and follow him, though at a safe distance. Some shy away and start crying. And some come to see what’s up first, then after all decide it’s better to start crying.

altalt

 

Had Keo village has Had Keo temple where an old monk serves. In every other aspect too it is the typical traditional ethnic Lao village. Houses on stilts, palm trees, ducks and turkeys, people sitting in the shade. Clean and tidy. In all its simplicity it isn’t poor.

altalt

 

The village of Pak Hao sits, its name literally says so, at the mouth of the Hao. Its white waters splash and crash down between giant boulders. But they are swallowed up by the Mekong, slow and brown here, and in no time no trace is left of them.

 

And there is the village with the boy under the tree.

altalt

Mekong dorpen

pieterneele | 09 October, 2012 12:19

Ten zuiden van Luang Phabang verspreid over de oever liggen dorpjes verscholen tussen bomen en bosjes.

 

Ban Nong Bua Kham is een nieuw nederzettinkje van drie samengevoegde dorpen. De overheid liet de inwoners naar deze plek aan de rivier verhuizen om verdere aantasting van het bos tegen te gaan. Ze betaalde voor de verhuizing, liet elektriciteit aanleggen. Een onverharde weg verbindt het dorp met de buitenwereld. Maar er is hier geen bron van bestaan. Vissen levert de mensen niet genoeg op, de teakaanplant rond het dorp is niet van hun. Dus blijven ze naar hun oude akkertjes pendelen.

Sommigen haalden hun oude houten huis uit elkaar en zetten het hier weer in elkaar. Anderen  konden zich nieuwe cementblokken en golfplaat veroorloven.

alt

 

Ban Nong Bua Kham ziet er niet authentiek uit. Maar tegelijk passen de inwoners niet in deze modernere wereld. De ouderen weven nog bamboe manden. De rijst wordt nog gedorst met voet-aangedreven stampers. De kinderen vinden die buitenlander raar. Sommigen volgen hem lachend, al houden ze veilig afstand. Sommigen zetten het op een lopen en een huilen. Sommigen kijken eerst de kat uit de boom, maar besluiten dan dat gaan huilen toch maar het beste is.

altalt

 

In Had Keo staat de Had Keo tempel waar een oude monnik dienst doet. Ook verder is het een karakteristiek etnisch Laotiaans dorp. Huizen op palen, palmbomen, eenden en kalkoenen, mensen die in de schaduw zitten. Opgeruimd en aangeveegd. In al zijn eenvoud is er niets armoedigs aan.

altalt

 

Pak Hao, de naam zegt het letterlijk, ligt aan de monding van de Hao. Die klettert, spettert en schuimt wit naar beneden tussen grote rotsblokken door. Maar de Mekong, langzaam en bruin hier, neemt hem op, er is direct geen spoor meer van hem over.

 

En er is het dorp met het jongetje onder de boom.

altalt

A stretch of the Mekong that had thus far eluded me

pieterneele | 08 October, 2012 14:24

I made the trip to the sources of the Mekong and Yellow River in July, though blogposts here date from September. More ‘live’ from Laos now:

 

I have traveled along the Mekong in Qinghai and Yunnan; and in the north and south of Laos and in Vietnam; and along the stretch that borders Myanmar; and through the larger part of Cambodia; and I have chalked up many other Mekong ‘sightings’. On the way I have seen glaciers and snow-capped peaks, and low-lying flatlands, forested hills and farmland; I have sailed through a half drowned forest, and along a myriad of streams and canals in the river’s delta.

But the stretch south of Luang Phabang had so far eluded me.

 

There are no public boats. Upgraded roads make bus travel faster these days. There are no tourist boats either. They stay north of Luang Phabang.

I go to the cargo pier out of town, down a small side road that turns into a mud track, winds through a village – the kind of road that seems to lead nowhere but gives me an ah-great-now-I’m-heading-the-right-way sense.

The man in charge of the port says it shouldn’t be a problem. I should just wait, a couple of cargo boats will leave downstream within a few days. He gives me the mobile numbers of their captains. But a couple of phone calls, a couple of days and a second visit to the pier later it becomes clear that after all it ìs a problem. No captain wants to take me. They say frequent stops to (un)load would make my trip lasting days. I say I don’t care, but they don’t give in. I offer money, they shrug.

Something to hide? Illegal logging? Maybe it ’s just my suspicious mind.

 

I end up chartering my own boat.

The river mostly moves at some purposeful pace. Once or twice it slows down to a near standstill. Occasionally it rushes through rapids. On the brink of the dry season the water level is still high, but the first rocks start to appear above the surface. It takes a skillful person to manoeuvre between them. The man steering my boat is a professional.

There is hardly any traffic. We see one cargo boat all day, and a few small boats taking people a short distance up- or downstream.

Left and right undulating hills, green everywhere though near the river there is no old growth forest left.

On the banks scattered villages, half hidden amid trees and bushes.

 

I am as exited as all the other times when I first saw a part of the Great River.

altalt

altalt

altalt

 

Een stuk van de Mekong dat me tot nu ontglipte

pieterneele | 08 October, 2012 14:13

De reis naar de bronnen van de Gele Rivier en de Mekong maakte ik in juli, al heb ik de blog-berichten erover in september geplaatst. Meer ‘live’ uit Laos nu:

 

Ik reisde langs de Mekong in Qinghai en Yunnan; en in het noorden en het zuiden van Laos en in Vietnam; ik voer over het deel van de rivier dat Myanmar begrenst; en door het grootste deel van Cambodja; en ik zag de Mekong op nog een hoop andere plaatsen. Onderweg zag ik gletsjers en sneeuwpieken en vlak laagland; en beboste heuvels en akkerland; ik voer door een half verdronken bos, en door talloze stroompjes en kanaaltjes in de delta van de rivier.

Maar het gedeelte ten zuiden van Luang Phabang was me tot nu ontglipt.

 

Er zijn geen openbare boten. Bussen zijn sneller, nu de wegen zijn verbeterd. Toeristenboten zijn er ook niet. Die blijven ten noorden van Luang Phabang.

Ik ga naar de vrachtpier buiten de stad, via een zijweggetje dat in een modderpad verandert en door een dorp slingert – het soort weg dat nergens heen lijkt te gaan, maar me een ah-nu-gaat-‘t-de-goede-kant-op gevoel geeft. De havenmeester zegt dat het geen probleem moet zijn. Ik moet maar gewoon wachten, over een dag of wat vertrekken er wel een paar vrachtschepen stroomafwaarts. Hij geeft me de mobiele nummers van de bootslui. Maar een paar telefoongesprekken, een paar dagen en een tweede bezoek aan de haven later is het wel duidelijk dat het wel een probleem is. Geen kapitein die me mee wil nemen. Ze leggen regelmatig aan om te laden en lossen, ik zou er dagen over doen. Ik zeg dat dat me niet uitmaakt, maar ze geven niet toe. Ik bied geld, ze halen hun schouders op.

Iets te verbergen? Illegale houtkap? Misschien is het mijn achterdochtige gemoed maar.

 

Ik charter mijn eigen boot.

De rivier stroomt stevig door, hij doet doelbewust aan. Een enkele keer valt ie even bijna stil. Af en toe spoedt ie zich door stroomversnellingen. Vlak voor het droge seizoen staat ie nog hoog, maar de eerste rotsen komen boven het oppervlak uit. Er is een vakman als mijn bootsman voor nodig om er tussendoor te manoeuvreren.

Er is nauwelijks verkeer. We zien de hele dag één vrachtschip, en een paar bootjes die mensen korte stukjes stroomop- of –afwaarts brengen.

Links en rechts golvende heuvels, overal groen al is er dicht bij de rivier geen oorspronkelijk bos meer over.

Op de oevers liggen verspreide dorpen half verscholen tussen bomen en bosjes.

 

Ik ben zo opgetogen als al die andere keren dat ik een stuk van de Grote Rivier voor het eerst zag.

altalt

altalt

altalt

To the source of the Mekong - Three

pieterneele | 22 September, 2012 14:23

There are a few nomad tents at the egde of the Zaxiqiwa plain. They were the first people we’d seen in 80 kilometers, and the last I will see in the next 50.

They have a small motorcycle. I have one day left. I see an opportunity to get to the Mekong source at the foot of Jifu Mountain, at the head of its longest tributary. ‘That’s too far, you can’t get there and back in one day. But you have come a long way so we will help you’.

 

We depart at daybreak. Kelsang drives, I sit behind him. The trail is sometimes sandy, sometimes stony, sometimes it narrows to just a track, sometimes it disappears, sometimes it runs through water. It’s Paris-Dakar in the cold and wet. We make good progress. ‘I may make it’, I think.

But after Yeyongsongdou, the split between the two last main streams of the Mekong, the terrain becomes impassable unless on foot or by horse. Hummocks on swampy soil. Driving between them is impossible: too swampy, too curvy, too narrow. But driving across from one to the other also doesn’t work, for that the gaps between them are too wide. Kelsang keeps trying, but most of the time I walk and get along just as fast.

 

Halfway along the Gaodepu valley I give up. Another hour and I will have used up half the day’s light already. Driving back in the dark through this deserted world across this terrain is not an option. A fall, injury, wolves…

Here too there are three nomad tents. Inside I rest and warm up. I wonder how all those mountaineers feel that have to turn back, summit already in sight. How I feel myself I don’t know. Numbed? Maybe I look deeply disappointed – the tent owner says he has a bigger bike and suggests we go on.

Moving again. Indeed his bike is a more suitable off the road machine. Time and again we cross the Mekong’s meandering river bed, five meters wide, then four, then three. Then this bike too can’t continue.

 

I’m left to my own devices now. I walk.

This is where I got:

alt

alt

alt

alt

alt

alt

alt

«Previous   1 2 3 4 5 6 7  Next»
 
Accessible and Valid XHTML 1.0 Strict and CSS
Powered by LifeType - Design by BalearWeb