Pieter Neele's Blog

Malaysian surprise

pieterneele | 22 May, 2011 20:20

I knew of Malaysia as a multi ethnic state of course with an indigenous Malay majority and Chinese and Indian minorities. And that is also how I remembered the country from my first Asian trip more than 20 years ago.

But on a recent visit to Kuala Lumpur I was surprised to see how truly multi ethnic this country is. There were some from neighbouring Thailand, selling great food. There were many from neighbouring Indonesia, working in the palm oil plantations or else running a small business. Or selling great food. I saw a few Laotians - and know that it is rare to meet someone from Laos that far from home. I saw the lone Burmese woman.

Many Nepali work in security. I remembered the departing groups of guest workers at Kathmandu airport – sent off by their families with small flower wreaths and big tika’s, lined up at separate immigration counters, perplexed by the experience of leaving behind all that was known to them. They guard the entrance to the compound where I stay. They open up once they understand we have been to their home town in the Tarai. Same for their Cambodian colleague from Kampong Chhnang who starts telling that his friend has got dengue, and that shifts are twelve hours and the commute is long, and that pay is just 250 $ a month. But that it is more than he can make at home.

Pakistani owned the computer shop. I saw Iranians – students or refugees that wasn’t clear. I saw many from the Middle East.

An Arabian couple joins me in the elevator of KL Tower. She is dressed in black head to toe – only in front of her eyes her veil gives way briefly. I ask him where they are from – ‘Saudi’. I wouldn’t dare to ask her. When we get up there she takes his hand, pulls him with her and side by side and very close together they disappear among the other tourists.

And then I am aware of them everywhere in the streets and in the shopping malls. Young guys in casual western dress and young women in chador with only that narrow opening at eye level. Repressed? Not free? They walk hand in hand, arm in arm, happy as young couples everywhere.

Cold spell

pieterneele | 03 April, 2011 06:31

Spring in Kunming is usually sunny and warm. Every now and then a sudden cold spell interferes. The temperature drops ten, fifteen degrees to ten, twelve centigrade. Recently it went down to four. That is rare even in January.

 

‘Mild climate’, people say. But there is no heating here. During the first day higher temperatures don’t give way yet in homes and offices. After that you are numbed by cold sitting behind your desk. Twelve degrees? Nobody born in the West after WW II, used to heating, can imagine anymore what it is like to experience that continuously.

 

When communist reconstruction started in China after world war and civil war it was decided, forced by shortages, not to install heating in apartment blocks, schools, offices, factories, hospitals south of the Yangtse River – though in winter it can easily get below zero in many places there. That policy is still intact. They may have invented laughable ways of wasting energy in China (what about, in places where central heating does exist, radiators without regulators that can’t be switched off even if outside everybody is just wearing a T-shirt), leaving several hundred million out in the cold has to be commended as an efficient conservation measure.

 

Of course people improvised all kinds of heating devices, and today most can afford an electric heater. But the majority stoically accepts the cold. ‘Ah, just wear several layers of clothing’. People don’t whine in this country where hardship has been part of life for millennia.

 

During the first day the cold doesn’t give way yet in homes and offices, but outside it is driven away as abruptly as it came. Usually within a few days. This time it took two weeks.

Koudegolf

pieterneele | 31 March, 2011 07:07

Meestal is het in Kunming in de lente zonnig en in de twintig graden. Af en toe doorbreekt een plotse koudegolf dat. De temperatuur zakt dan tien, vijftien graden. Recent daalde de thermometer zelfs naar vier. Dat komt zelfs in januari zelden voor.

 

‘Lekker mild klimaat’, zeggen mensen. Maar er is hier geen verwarming. De eerste dag blijft er in huis en kantoor nog wat warmte hangen. Daarna zit je versteven achter je bureau. Twaalf graden? Niemand van na de oorlog in Nederland, gewend aan kachels, kan zich meer voorstellen wat het is daar continu in te zitten.

 

Toen in China na wereldoorlog en burgeroorlog in de jaren ’50 de communistische wederopbouw begon werd gedwongen door schaarste besloten ten zuiden van de Yangtse Rivier geen verwarming aan te leggen in woonblokken, scholen, kantoren, fabrieken, ziekenhuizen – al is het daar op veel plaatsen ‘s winters gewoon rond het vriespunt. Dat beleid wordt nog steeds gehandhaafd. Er mag dan in China soms tot op het lachwekkende af energie verkwist worden (wat te denken, op plaatsen waar wel verwarming is, van radiatoren zonder knop zodat de cv onmogelijk uit kan, al loopt buiten iedereen in een T-shirt), een paar honderd miljoen mensen in de kou laten zitten, dat mag er wezen als besparende maatregel.

 

Mensen improviseerden natuurlijk houtbrandertjes en dergelijke, en tegenwoordig kunnen de meesten zich een elektrische straalkachel veroorloven. Maar de meerderheid legt zich laconiek bij de kou neer. ‘Ach, veel laagjes kleren aandoen’. Er wordt niet snel geklaagd in dit land waar ontberingen zich millennia lang aaneen geregen hebben.

 

Binnen in huis en op kantoor blijft de kou nog een dag hangen, maar buiten wordt ze even abrupt verjaagd als ze gekomen is. Meestal na een paar dagen, deze keer is het wachten er al twee weken op.

Bosjesmensen in Tianfang

pieterneele | 20 March, 2011 14:29

Vanuit Jinping - de belangrijkste stad in het etnisch meest diverse district van Yunnan, op zich weer de etnisch meest diverse provincie van China -, vanuit Jinping gaat de bus eerst naar Mengla. Op het moment stuitert hij over de onverharde weg via Sanjia, omdat er aan de hoofdweg wordt gewerkt. Dan rijdt hij door rubberplantages voordat hij een lange klim begint over een met steentjes verhard smal weggetje langs diepe afgronden. Nee, geen vangrails nee. Hogerop is er een verwarrend stel weggetjes dat niet op mijn kaart staat - ik weet niet goed meer waar ik ben. Dan stopt hij bij een groep houten Hmong huizen: Tianfang.

 

Behalve de Hmong bezoekt een bergstam uit de omgeving de kleine markt. De leden worden hier 'mang ren' genoemd, het beste te vertalen als 'bosjesmensen'. Naar verluidt liepen ze tot vijf, en volgens sommigen zelfs maar twee jaar geleden zonder kleren rond. Het is moeilijk te geloven op een koude januari dag, maar het verhaal doet hardnekkig overal in de regio de ronde.

 

In het najaar van 2009 werden de bosjesmensen officieel geclassificeerd als etnische Bulang. Geografisch gezien verrassend want alle andere Bulang wonen hier minstens 400 kilometer vandaan aan het andere uiteinde van Yunnan: zuidwest in plaats van zuidoost. En ook verrassend gezien de rijkelijke klederdracht van de Bulang verder westelijk: die vormt nogal een contrast met de 'dracht' die deze bergstam bij Tianfang wordt toegedicht. Maar als de indeling op linguïstische basis is gemaakt, zou die toch kunnen kloppen. Dat kan ik niet beoordelen.

 

In het kielzog van de officiele erkenning volgde een modeldorp van fris witte rijtjeshuizen dat de overheid bouwde. Het ligt een half uur voorbij Tianfang.

alt

Een groepje 'bosjeskinderen' loopt er met me heen. De jongens rennen vooruit, blijven dan weer achter, of volgen wat hogerop de steile helling boven het weggetje. Af en toe komen ze poolshoogte nemen. De meisjes blijven dichter bij, vinden het grappig zichzelf op het schermpje van de digitale camera te zien. Dichtbij het dorp zetten ze het op een rennen naar huis, ze zwaaien nog een keer en verdwijnen.

 

Op de foto’s hebben ze heel andere gezichten dan de lokale Hmong. En oh, ook heel andere gezichten dan de Bulang die ik in het zuidwesten van Yunnan zag.

Bush people in Tianfang

pieterneele | 18 March, 2011 14:35

From Jinping – the main town of the most ethnically diverse district in Yunnan, itself known as the most ethnically diverse province in China –, from Jinping the bus goes to Mengla first, taking the bumpy dirt road from Sanjia these days because the main road is being upgraded. It then passes through rubber plantations before it starts a long climb along a narrow brick-paved road with steep deep drops. No, no protective concrete or iron barriers, no. Higher up there is a confusion of several small roads that are not on my map – I’m not sure anymore where I am. We then get to a village made up of wooden Hmong houses: Tianfang.

 

Apart from the Hmong, tribal people from the area visit the small market. Locally they are known as ‘mang ren’, which best translates as ‘bush people’. Word has it that until five years ago, some even say two, they wore no clothes. It is hard to believe in chilly January. But it is a persistent story all over the region.

 

In autumn 2009 the bush people were officially classified as members of the Bulang ethnic group. That is surprising from a geographical perspective as all the other Bulang live at least 400 kilometres away at the opposite end of Yunnan province: southwest instead of southeast. It is also surprising given the rather ornate dress of the Bulang further west: quite a contrast with the rumored ‘dress’ of these tribal people in Tianfang. But if the classification was done on a linguistic basis it may yet be correct. I can’t judge that.

 

With the official recognition came a model village of neatly lined up white washed houses that the government built for them. It is half an hour beyond Tianfang.

alt

Some of the ‘bush kids’ walk there with me. The boys run ahead, stay behind, follow the steep hill side higher up, every now and then come to see what’s up. The girls stay closer, find it fun to see themselves on the display of the digital camera. Close to the village they all dash home, turn around for a last wave and disappear.

 

Looking at their pictures again – their features are quite different from the local Hmong’s. And by the way, different too from the Bulang people I saw in Yunnan’s southwest.

 

Prachtontsnapping

pieterneele | 12 March, 2011 08:20

Makkelijk verliep deze reis nergens. Officials waren dronken en vervelend. Accommodatie was pover – een matig guesthouse, een school, een slaapzaal voor ambtenaren op dienstreis. Buschauffeurs lieten me aan de kant staan – ‘Vol!’ En veel was er niet te doen in die afgelegen uithoeken van Jinping, zelf al een afgelegen district in de provincie Yunnan.

 

Tegen het einde bereikte ik Wuyaping. Ik kwam in het donker aan. Het dorpshoofd gaf me koude kliekjes – hondenvlees, wat groene bladeren, rijst. Hij liet me slapen in zijn kantoor. Hij liet weten dat het bijzonder was deze plek te bezoeken, benadrukte de nabijheid van de Vietnamese grens. Hij was dronken, vervelend en inhalig. Hij stelde voor dat ik een computer voor hem kocht. Ik betaalde vier maal de prijs voor onderdak en een maaltijd.

 

De volgende ochtend keek ik wat rond. Veel was er niet te doen. Ik wilde al snel weer weg. Er was geen bus. Na lang wachten kreeg ik een lift. Twintig minuten. Toen was de weg afgesloten door een kraan die brokstukken van een vrachtwagen uit een ravijn takelde. Hij zou er nog de hele dag staan. Morgen ook. Niemand kon er langs. Er zat niets anders op dan terug te gaan naar Wuyaping, zei mijn chauffeur.

 

Op reis word je altijd weer beloond voor je frustraties, tegenslag en teleurstelling. Een paar mensen daar overwogen een mogelijke omweg. Mijn ontsnapping was prachtig, boven op een vrachtwagen in zachte balen kleren, tussen de Hmong van wie dit de handelswaar was, over een zandweg door de bergen, afgelegen, spectaculair en met weidse vergezichten. In de schemer, toen het koud werd, haalden ze dekens tevoorschijn. Ik deelde er een met het oude mevrouwtje naast me. Ze bleef maar lachen om de situatie. Ik keek naar de sterren.

 

Later die avond bereikte ik Mengla dat ik goed ken en waar ik me thuis voel.

Great Escape

pieterneele | 06 March, 2011 14:14

This trip hadn’t been easy. Officials were drunk and annoying. Accommodation was poor – a mediocre guesthouse, a school, a dormitory for government workers. Bus drivers left me by the road side – ‘Full’! And there really wasn’t much there, in those remotest corners of  Jinping, itself a remote county in Yunnan province.

Towards the end I got to Wuyaping. I arrived after dark. The head of the village offered me cold leftovers – dog meat, some green leaves, rice. He made me sleep in his office. He lectured this was a special place to visit, emphasized the proximity of the Vietnamese border. He was drunk, annoying and rapacious. He suggested I buy him a computer. I paid four times the normal price for a meal and a place to stay.

The next morning I looked around. And there wasn’t much there. Soon I wanted to get out. There was no bus. At long last I got a ride. It lasted twenty minutes. Then the road was blocked by a crane, hoisting remains of a truck from the ravine. It was going to be there all day. And tomorrow. Nobody got past. Nothing to do but turn back to Wuyaping, said my driver.

In travel we are always rewarded for our frustations, discomfort and bad luck. Some people there were discussing a possible detour. My escape was great, on the back of a truck lying in soft bundles of clothes, among the Hmong traders whose merchandise this was, along a mountainous dirt road, remote and beautiful and with wide views. At dusk when it got cold they pulled out blankets that kept us warm. I shared one with the old lady next to me who kept laughing about it. I watched the stars.

Late that evening I reached Mengla that I know well and where I like to stay.

«Previous   1 2 3 4 5 6 7
 
Accessible and Valid XHTML 1.0 Strict and CSS
Powered by LifeType - Design by BalearWeb